logo_verbeteraars

eOverdracht en informatieverlies

"Informatieverlies mag niet meer optreden."

De landelijke informatiestandaard voor verpleegkundigen en verzorgenden, eOverdracht, krijgt steeds meer voet aan de grond in Nederland. De standaard omvat afspraken over welke gegevens relevant zijn voor de verpleegkundige overdracht en hoe die moeten worden vastgelegd in het elektronische zorgdossier. Deze afspraken zijn vastgelegd in Zorg Informatie Bouwstenen (ZIB’s). “Als we over honderd jaar terugkijken, weet ik zeker dat de invoering van deze standaard een kantelpunt was in onze verpleegkundige geschiedenis”, zegt Renate Kieft, programmamanager Informatiestandaarden van de vereniging voor Verpleegkundigen en Verzorgenden in Nederland, de V&VN. 

De verpleegkundigen en verzorgenden vormen met ruim 400.000 medewerkers de grootste beroepsgroep in Nederland. Zij verzorgen jaarlijks honderdduizenden verpleegkundige overdrachten en in de praktijk gaat dat niet altijd vlekkeloos. De informatie uit de overdracht moet handmatig worden overgetypt in het zorgdossier van de ontvangende organisatie. De verpleegkundige of verzorgenden moet dan vaak een interpretatie maken. Dat heeft een hoge foutmarge en het kost veel tijd. Om dit probleem op te lossen startte de V&VN in 2014 met het programma eOverdracht. Dat programma moet ervoor zorgen dat verpleegkundigen en verzorgenden uit alle zorgsectoren, van ziekenhuizen tot thuiszorg en GGZ, relevante gegevens op dezelfde manier digitaal registreren en interpreteren.

Elkaar begrijpen

In 2018 hebben alle zorgpartijen ‘ja’ gezegd tegen eOverdracht. Kieft: “Eenduidig registreren betekent dat je veel nauwkeuriger met elkaar definieert welke termen gebruikt worden. Maar ook dat deze op dezelfde manier op de juiste plek worden vastgelegd in het zorgdossier. Het is belangrijk dat we hier afspraken over maken. Als gegevens via de overdracht binnenkomen, dan is duidelijk waar deze gegevens in het ontvangende elektronisch zorgdossier kunnen worden ingelezen. Het voordeel is dat de verpleegkundige of verzorgende de gegevens niet meer hoeft over te typen, begrijpt wat er bedoeld wordt en direct op de hoogte is van de actuele en juiste zorgsituatie.”

Momenteel zijn diverse organisaties bezig met de implementatie van eOverdracht. Dat betekent een veranderproces voor de zorgsector en zoiets heeft tijd nodig, zegt Kieft. “Men moet leren begrijpen wat eOverdracht precies inhoudt. Bovendien grijpt de informatiestandaard in op verschillende niveaus. We moeten verpleegkundigen en verzorgenden meenemen in deze noviteit. Dit geldt ook voor andere doelgroepen zoals leveranciers en IT-medewerkers. Technisch betekent het ook veel, want men moet de infrastructuur aanleggen en alles op elkaar afstemmen.”

“Dit veranderproces voor de zorgsector heeft tijd nodig.”

Begrippentaal

Het werken met een informatiestandaard zoals de eOverdracht, betekent dat de ‘vrijheid’ om bepaalde gegevens anders vast te leggen, verdwijnt. Een standaard betekent immers dat er afspraken gemaakt zijn over hoe bepaalde gegevens moeten worden vastgelegd en welke termen passend zijn. Als iemand toch iets wil wijzigen, dan is hier een wijzigingsstructuur voor opgezet. “Dit is vrij formeel, maar wel nodig. We moeten voorkomen dat er allerlei variaties op de eOverdracht komen. Een van de belangrijkste obstakels is overeenstemming bereiken over de begrippentaal. Er zijn in de verpleging veel verschillende talen. Op landelijk niveau is door alle zorgpartijen gekozen voor Snomed, een taal die door alle zorgprofessionals gebruikt gaat worden. Hierdoor kunnen we als beroepsgroep onderling op een eenduidige manier met elkaar communiceren én met andere disciplines. Iedereen gebruikt dezelfde taal. Voor onze beroepsgroep is het ombuigen van de diversiteit aan talen naar één taal een transitie die stapsgewijs plaatsvindt. We kijken samen met onze achterban welke termen aansluiten bij de praktijk en waar en hoe dit in het zorgdossier ingebouwd kan worden. Dit proces doen we samen met de Chief Nursing Information Officers en gebruikersgroepen. Ook werken we nauw samen met het versnellingsprogramma InZicht, die de organisaties begeleidt bij de implementatie van eOverdracht.”

 

“Eén van de belangrijkste obstakels is overeenstemming bereiken over de begrippentaal.”

 

Leren met elkaar

Hoe zorg je dat alle organisaties eOverdracht uiteindelijk ook goed gaan gebruiken? Kieft: “Dat is echt leren met elkaar. We werken toe naar een model waarbinnen we eerst kleinschalig een aantal gegevens uit de eOverdracht beproeven. Dan komen we dingen tegen die we moeten aanpassen, ook samen met leveranciers, dus technisch. Volgend jaar moeten de eerste veertien ZIB’s ingebouwd zijn. Daarnaast hebben we een pilot opgezet in de regio Zwolle, waarbij we samen met Zorgverbeteraars inzoomen op de eOverdracht, en specifiek de ZIB’s van het zorgplan-deel inhoudelijk en technisch gaan beproeven. Deze ZIB’s raken namelijk verschillende talen en systemen. Daarna kunnen deze worden vrijgegeven voor de bredere implementatie en uitrol. In 2026 streven we ernaar dat de hele eOverdracht, alle zesenvijftig ZIB’s, zijn beproefd en ingebouwd. Daarnaast denken we na of we een inhoudelijke kwalificatie kunnen opzetten waarin verpleegkundigen en verzorgenden kunnen zeggen: ‘hé dit systeem/zorgdossier werkt goed’.

 

Als gegevens op een eenduidige manier worden vastgelegd, dan is een logische stap ook te bepalen hoe het verpleegkundig zorgproces ingericht moet worden. Het verpleegkundig zorgproces bestaat uit verschillende fasen, maar die zijn nu niet altijd goed afgebakend, waardoor een willekeur aan bijvoorbeeld vragenlijsten of meetinstrumenten aanwezig is. De komende jaren willen we hier – samen met onze achterban – orde in scheppen. Dit gaat IT-leveranciers ook helpen.”

Transitie van de eeuw

Kieft kan bijna niet wachten tot eOverdracht volledig is ingevoerd. “Dit betekent veel voor de beroepsgroep. De administratieve lasten zijn op dit moment erg groot. Via de eOverdracht wordt dit teruggebracht. Marges om fouten te maken worden minder, de gegevensuitwisseling tussen organisaties wordt beter. Informatieverlies, vind ik, mag niet meer optreden! Dat de kwaliteit van de data met eOverdracht omhoog gaat, heeft nog een groot voordeel. Het onderliggende principe van de eOverdracht is ‘registratie aan de bron: eenmalig vastleggen en meervoudig gebruik’. Dit betekent dat gegevensuitwisseling mogelijk wordt, maar we kunnen de gegevens ook gebruiken voor kwaliteitsdoeleinden, het werken aan kwaliteit van zorg. Doordat we kunnen beschikken over de juiste (verpleegkundige) data – iets wat nu niet mogelijk is –, maken we de verpleegkundige zorg transparanter en inzichtelijker. Dat maakt het mogelijk om de maatschappelijke meerwaarde, de effectiviteit van ons handelen zichtbaar te maken. Dit is een beweging die wij als beroepsgroep in gang hebben gezet; daar mogen we best trots op zijn. De invoering van eOverdracht is – vind ik – voor onze beroepsgroep de transitie van de eeuw.”

Wij maken graag dingen beter.

Meer over Zorgverbeteraars

Gerelateerd

Echt efficiënt werken? Ga netwerken!

Door Stan Swaen, Espercygno 

Lees meer

Werken aan invoering eOverdracht

eOverdracht

Lees meer

Digitale vochtbalans

Digitale Vochtbalans…

Lees meer

Ontwerp & Realisatie Publiek